Een betrouwbare digitale identiteit helpt zorgmedewerkers om veilig in te loggen. Maar hoe organiseer je de toegang tot gegevens en hoe voer je de benodigde veranderingen door? De komst van Dezi vraagt om voorbereiding én een werkbare aanpak voor de implementatie.
Een invalkracht begint aan de avonddienst. Ze kent het werk, heeft haar overdracht ontvangen en wil in het elektronisch dossier de afspraken voor een cliënt bekijken. Dan blijkt dat haar toegang nog niet geregeld is. Een collega moet helpen, terwijl de dienst al begonnen is.
Het is een herkenbaar voorbeeld van hoe toegangsbeheer het dagelijkse werk kan raken. Zorgmedewerkers moeten bij de informatie kunnen die zij nodig hebben. Tegelijkertijd wil je voorkomen dat iemand dossiers kan openen waarvoor geen aanleiding bestaat.
Dezi, het nieuwe landelijke stelsel voor digitale identificatie en authenticatie in de zorg, moet betrouwbaar inloggen ondersteunen. Voor zorgorganisaties is de komst ervan een goed moment om de afspraken achter die toegang tegen het licht te houden. En om te bepalen welke veranderingen nodig zijn in systemen, processen en verantwoordelijkheden.
Wat is Dezi?
Dezi staat voor dé zorgidentiteit. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het CIBG ontwikkelen het stelsel samen met het zorgveld. Hiermee kunnen zorgmedewerkers zich digitaal identificeren en authentiseren: aantonen wie zij zijn en bewijzen dat die identiteit daadwerkelijk bij hen hoort.
Dezi vervangt op termijn het huidige UZI-stelsel. Zorgmedewerkers kunnen straks kiezen uit verschillende goedgekeurde inlogmiddelen. Daarmee moet veilig inloggen beter aansluiten op hun dagelijkse werk.
Op 6 oktober 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Digitale Identificatie en Authenticatie in de Zorg (DIAZ). In het vierde kwartaal van 2026 starten nieuwe pilots in verschillende delen van de zorg. De daadwerkelijke implementatie kan plaatsvinden zodra de wet in werking treedt. Instemming van de Tweede Kamer betekent dus nog niet dat iedere organisatie direct moet overstappen.
Weten wie iemand is, bepaalt nog niet wat iemand mag zien
Bij Dezi is het onderscheid tussen identiteit en toegangsrechten essentieel. Een betrouwbare digitale identiteit vormt de basis voor toegang. Welke informatie een medewerker vervolgens mag bekijken of wijzigen, vraagt om afspraken binnen de zorgorganisatie.
Mag een medewerker alle cliëntdossiers openen, of alleen die van de eigen afdeling? Welke rechten heeft een tijdelijke kracht? En wat gebeurt er met die rechten wanneer iemand een andere functie krijgt of uit dienst gaat?
Die vragen verdwijnen niet met een nieuw inlogmiddel. Ze vragen om duidelijke keuzes en actueel beheer. De komst van Dezi maakt het daarom zinvol om te bekijken hoe identiteit, werkrelaties en toegangsrechten binnen je organisatie met elkaar samenhangen.
Toegang moet aansluiten op het dagelijkse werk
Binnen een zorgorganisatie werken verschillende professionals samen rond een cliënt of patiënt. Medewerkers wisselen tussen afdelingen en locaties, behandelaren ondersteunen meerdere teams en externe professionals worden voor specifieke werkzaamheden ingezet.
Een verpleegkundige die op een andere afdeling bijspringt, kan tijdelijk andere informatie nodig hebben. Een behandelaar moet relevante dossiers kunnen raadplegen. Een medewerker die van functie verandert, heeft mogelijk bepaalde rechten niet meer nodig.
Te weinig toegang kan de zorg vertragen. Te ruime toegang kan de vertrouwelijkheid van gegevens onder druk zetten. Daarom verdient de aansluiting tussen personeelsadministratie, planning en toegangsbeheer aandacht. Een wijziging in het werk van een medewerker moet ook terechtkomen bij de mensen en systemen die de toegang regelen.
Waar worden wijzigingen automatisch verwerkt? Waar is nog een handmatige actie nodig? En wie controleert of die actie daadwerkelijk is uitgevoerd? De antwoorden laten zien waar de voorbereiding op Dezi samenvalt met verbeteringen die je organisatie nu al nodig heeft.

Mag een medewerker alle cliëntdossiers openen, of alleen die van de eigen afdeling?
Van inzicht naar een uitvoerbare verandering
De aansluiting op Dezi raakt het IT-landschap, de registratie van medewerkers en het gebruik van inlogmiddelen in de dagelijkse praktijk. Ook de officiële informatie voor zorgaanbieders benadrukt deze samenhang.
Een inventarisatie van de huidige situatie is daarom een begin. Vervolgens moet duidelijk worden hoe de gewenste inrichting eruitziet en welke stappen nodig zijn om daar te komen.
Een transformatiearchitectuur kan daarbij helpen. Daarin beschrijf je hoe systemen, gegevensstromen, werkprocessen en verantwoordelijkheden straks op elkaar aansluiten. Je maakt bijvoorbeeld zichtbaar hoe een personeelswijziging wordt verwerkt, hoe de werkrelatie wordt vastgelegd en hoe de juiste toegang beschikbaar komt.
Dat geeft houvast voor de uitvoering. Welke koppelingen moeten worden aangepast? Welke afspraken moeten veranderen? Wat kan de organisatie zelf doen en waarvoor is een leverancier nodig? Door die afhankelijkheden vooraf te benoemen, kun je beter bepalen in welke volgorde je de veranderingen uitvoert.
Wat kun je nu al voorbereiden?
De landelijke uitwerking loopt nog. Toch kun je al veel doen om je organisatie voor te bereiden.
- Breng je systemen en inlogroutes in beeld. Welke toepassingen bevatten cliënt- of patiëntgegevens? Hoe loggen medewerkers daarop in? Bespreek met leveranciers hoe zij de aansluiting op Dezi voorbereiden en welke gevolgen zij verwachten voor je omgeving.
- Controleer hoe toegangsrechten worden beheerd. Kijk naar instroom, functiewijzigingen, tijdelijke inzet en uitstroom. Juist bij uitzonderingen wordt zichtbaar of afspraken in de praktijk werken.
- Werk de gewenste inrichting uit. Leg in een transformatiearchitectuur vast hoe identiteit, werkrelaties, toegangsbeheer en systemen op elkaar moeten aansluiten. Maak ook duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
- Neem de veranderingen op in een samenhangend programma. Verbind de technische aansluiting met aanpassingen in processen, leveranciersafspraken en begeleiding van medewerkers. Bepaal per onderdeel wie het uitvoert, welke capaciteit nodig is en wanneer besluitvorming moet plaatsvinden.
- Test met medewerkers in de praktijk. Werkt de toegang ook tijdens een nachtdienst, bij tijdelijke inzet of bij het wisselen tussen locaties? Regel daarnaast ondersteuning voor momenten waarop inloggen niet lukt.
Zo ontstaat een aanpak waarmee je de veranderingen stap voor stap kunt uitvoeren en toetsen.
Een gezamenlijke opgave voor bestuur, zorg en IT
De technische aansluiting op Dezi vraagt inzet van IT en leveranciers. De keuzes over toegang raken ook zorgprocessen, privacy en de verantwoordelijkheid van het bestuur.
Zorgteams weten welke informatie nodig is om hun werk te doen. HR kent de personele wijzigingen. IT beheert de systemen. De CISO en privacyfunctionaris helpen om risico’s en afspraken te beoordelen. Een programma- of projectmanager bewaakt de samenhang, organiseert de uitvoering en zorgt dat knelpunten tijdig op tafel komen.
Daarvoor moet wel capaciteit beschikbaar zijn. Wie werkt de gewenste inrichting uit? Wie stemt af met leveranciers? Wie begeleidt de invoering op de afdelingen? Door die taken vooraf te beleggen, voorkom je dat de implementatie afhankelijk wordt van wat medewerkers er naast hun dagelijkse werk nog bij kunnen doen.
Van voorbereiding tot implementatie
Bij Innervate helpen we zorgorganisaties om de komst van Dezi te vertalen naar concrete keuzes én om die keuzes uit te voeren. Onze professionals kunnen ondersteunen bij het opstellen van een transformatiearchitectuur, het opnemen van de veranderingen in een programma en het begeleiden van de implementatie.
Afhankelijk van wat je organisatie nodig heeft, zetten we expertise in op het gebied van architectuur, informatiebeveiliging en programma- of projectmanagement. Samen met je medewerkers en leveranciers werken we aan een inrichting die veilig is en past bij de dagelijkse zorgpraktijk. Want uiteindelijk moet de medewerker die aan het begin van een dienst inlogt, gewoon aan het werk kunnen.



